De laatste vakantieweek voor de 2 jongens is aangebroken. De meiden hebben nog een week extra. Ik hoor de jongens er eigenlijk nog niet over. Ik kan me voorstellen dat ze het helemaal vergeten zijn want 6 weken is zeker voor een kind een hele lange tijd. Maar wat vliegt het snel voorbij! Het leek me dus verstandiger om ze toch maar vast even in te lichten. Jan jr. had het ook al bedacht maar voor Arend was het even schrikken. Wat me wel opvalt is dat de jongens dan zeggen: he bah, moeten we weer naar school. Voor een schipperskind betekend het immers ook dat je weer naar het internaat moet. Maar daar hoor je ze (gelukkig) helemaal niet over. Als moeder denk je er liever ook nog niet aan. Ik hoor walmoeders na een vakantie vaak verzuchten dat het heerlijk is dat de kinderen weer naar school gaan. Maar voor een schippermoeder kan de vakantie niet lang genoeg duren. Heerlijk om de kinderen zo om je heen te hebben. Gewoon bij elkaar zijn is dan al genoeg.
We liggen nog in Ingen. We hebben geen werk. Er zijn slechtere plekjes om op werk te moeten wachten. We konden naar de Moezel maar we hoorden dat daar ook geen werk zit dus dan moet je er weer leeg uit. Heeft dus geen zin. Ik moet ook eerlijk bekennen dat de animo om op te starten hier niet erg groot is. Er moet wel een goede reis tegenover staan willen we hier weg gaan. Maar natuurlijk blijven we standby met de telefoon en is het steeds weer angstig stil als de telefoon gaat. De bevrachter zou eens moeten zien hoe Jan aan het onderhandelen is over zijn reis. Varend in de speedboot met een stel joelende kinderen op de skies er achteraan.